Traditioneel wordt vloerverwarming in een cementlaag weggewerkt en wordt de vloerverwarming aangesloten op de centrale verwarming. Het warme water wordt door kunststof buizen door het huis verdeeld. Bovenop de buizen wordt een cementdekvloer aangebracht. Dit type vloerverwarming wordt dus veelal in nieuwbouwwoningen toegepast.

 

De vloer geleidt de warmte van het water. Aangezien uw vloer als radiator werkt, is de spreiding van de warmte maximaal. Om ervoor te zorgen dat uw hele huis wordt verwarmd, wordt een vloerverwarmingsverdeler gebruikt. De vloerverwarming wordt daardoor niet warmer dan 45 graden.

 

Het grote voordeel van dit systeem is dat deze kan worden aangesloten op de bestaande verwarmingsinstallatie. De opbouwhoogte kan echter een struikelblok zijn, vooral als het gaat om drempels en deuren. Een oplossing daarvoor kan gezocht worden in het infrezen van de verwarmingsbuizen in de bestaande vloer. Ingefreesde vloerverwarming is daarom de meest toegepaste vorm van vloerverwarming in bestaande woningen. Kijkt u voor meer informatie hierover bij ‘Ingefreesde vloerverwarming’ in het menu.

 

Traditionele vloerverwarming verbruikt vooral veel energie bij het opwarmen. Heeft de vloer eenmaal de gewenste temperatuur, dan houdt de vloer deze warmte lang vast. Het advies is daarom om uw vloerverwarming ’s nachts aan te laten. Daarmee bespaart u energie. Niet alleen goed voor uw portemonnee, maar ook voor het milieu!